Rob Riemen: Adel van de geest

Er schuilen drie lezers in mijn borst: de Naïeveling, de Kritische Meedenker en de Betweter. Rob Riemen richt zich met zijn essaybundel ‘Adel van de geest, een vergeten ideaal' tot alledrie. Dat maakt van dit boek geen goed boek, geen verstandig boek, maar wel een lezenswaardig boek. 

Een boek dat zich zonder omwegen presenteert als oneigentijds. Een pleidooi voor de herintrede van grote idealen als het zoeken naar waarheid, schoonheid, barmhartigheid enz. Een boek dat zich behaaglijk nestelt in de marge van het moderne leven en vanuit de schemering fluistert naar de spelers op het slagveld. Er bestaan vele vluchtwegen in dit leven, een beetje tegendraads en ijdel gefilosofeer doet niemand kwaad.

Naïef en gelukkig
De Naïeveling, die zich goedmoedig de les laat spellen, wordt op zijn wenken bediend. De grote woorden maken al snel hun opwachting, kijk, daar is de menselijke ziel al. Riemen etaleert een goede pen en met een zekere schwung beschrijft hij een ontmoeting die de inzet duidelijk maakt: de adel van de geest als weerwoord op barbarij, geld, geweld en zo veel meer. De zoektocht naar waarheid en schoonheid, de vraag 'hoe te leven?' ... vragen zonder antwoord die de mens maken tot wat hij is. Vragen die in onze tijd vergeten zijn en die terug hun plaats moeten opeisen. De intro gaat naadloos over in essay 1: een schitterende evocatie van de eerste helft van de vorige eeuw met zijn beide wereldoorlogen, zijn massamoorden, het verlies van de menselijke waarden. Vehikel van dienst: leven en werk van Thomas Mann. Je voelt dat Riemen zijn onderwerp beheerst, passie ook. Goed geschreven, inzichten en ideeën die de Naïeveling tevreden stemmen.

Een greep in de gedachtenton: kunst, de verstoten eeuwigheid, de hedendaagse westerse samenleving met haar "geloofsleer van nieuw, snel, vooruitgang", de "parlementaire democratie als voorwaarde voor menselijke waardigheid", het "vitale leven met de -morele- correctie van de menselijke geest", de Europese cultuur (= "De grote humane ideeën."), totalitarisme gestoeld op leugen en geweld, waarheid als ideaal, de "taal die geen leugen verdraagt", opmerkzaamheid en gehoorzaamheid ... De Naïeveling smikkelt en smakkelt als een varken in de trog. Als de schrijver aan de deur belt, koopt hij zeker een steunkaart.
Dan belanden we bij het tweede essay: "Oneigentijdse gesprekken over eigentijdse vragen". Lenin over het komende communisme en de bijhorende terreur, Duitse intellectuelen die in 1919 harteloos de tijd van de herbarbarisering aankondigen, 9/11 ... de menselijke waarden lijken verdwenen. De oorzaak? Het nihilisme van Nietzsche. De menselijke vrijheid zonder God of waarden - een vrijheid voor velen te zwaar om dragen - vernietigt het door Riemen zo gekoesterde Westerse beschavingsideaal. Gelukkig zijn er de vragenstellende wijsheid van Socrates en, in 1946, het inzicht van Camus: "er bestaan wel degelijk morele waarden".

Het derde essay "Wees dapper" houdt ons de spiegel voor van Socrates en de antifascist Leon Gunzberg.

Kritische vragen
De Kritische Meedenker wordt al snel wakker maar is toch een beetje overweldigd door al die grote geesten. Allemaal leerrijk, maar waar wil die Riemen eigenlijk naartoe? Idealen in herinnering brengen, het is een mooie oefening. Zoals Goethe zegt: "in een verwarde wereld de waarheid herhalen is al een verdienste." En Riemen smoort slim de kritiek. Natuurlijk is de adel van de geest een aristocratisch ideaal. En o ja, alle  idealen botsen onherroepelijk op de menselijke feilbaarheid. Kom daar maar eens om, hoor je hem denken. Maar toch, maakt Riemen niet enkele denkfouten?

"Maar de waarheid benoemen begint met de werkelijkheid in haar volledigheid te laten bestaan, niet met haar te reduceren tot eigen beeld en gelijkenis." (pagina 117)
Maar wat doet Riemen? Klopt hij in zijn idealistische discours zichzelf niet al te zeer op de Europese/Westerse borst? Legt hij geen sluier van ideaal en moraal over een complexe werkelijkheid? It's the economy, stupid zou je hem willen toeschreeuwen. Is de rijkdom van het Westen niet het resultaat van uitbuiting en onderdrukking van andere werelddelen en volkeren? Namen kunst en cultuur geen hoge vlucht dankzij mecenassen-handelaars en koningen-keizers die in bed lagen met de katholieke kerk? En gaan handel, synoniem van het zo verderfelijke geld, en kunst/cultuur dus niet hand in hand? Die kunst en die culturele vormen die er volgens Riemen als enige in slagen om de idealen van de geest te weerspiegelen?

"Tegelijk maakt hij de bijna klassieke fout om cultureel conservatisme - het bewaren van een geestelijk erfgoed - gelijk te stellen met politiek conservatisme: het in stand houden van de bestaande maatschappelijke orde." (pagina 53)
Laat dat nou net zijn waar Riemen zich aan bezondigt. Riemen gaat uit van een Westerse superioriteit die zienderogen afkalft. Hij slaagt erin om de taliban wars tegen zijn eigen stellingen in te reduceren tot een eendimensionele vijand : "Het is opmerkelijk dat in een wereld waarin niets verborgen kan blijven, deze gewelddadige middeleeuwse theocratie zich kon nestelen zonder dat de westerse culturele elite ook maar één enkele keer een poging heeft ondernomen om deze barbarij een halt toe te roepen." Kan iemand Riemen duidelijk maken dat een intellectuele Westerse vingerwijzing vandaag de dag het gewenste effect niet meer heeft? Dat er ook zoiets bestaat als economische belangen? Of bedoelt hij dat we onze geroemde parlementaire democratie - kenmerk: geweldloze verandering -  wél met geweld mogen opleggen aan andere volkeren en staten?

Natuurlijk: al deze vragen kunnen snel gecounterd worden met de adel van de geest, dat morele correctief dat alle acties en activiteiten op het goede pad houdt. Maar ... ik stel me vragen bij de intellectuele eerlijkheid van Riemen. Waarom dit boekje? Waarom deze selectie van bronnen en ideeën? Waarom zich terugtrekken in het pluche van de selectieve geschiedenis? Waarom de rug draaien naar de hem omringende wereld van economie, globalisme, armoede, overbevolking en zo veel meer? Die houding ontneemt zijn idealen alle waarheid, alle kracht, alle fond.

De Betweter kan zich niet van de indruk ontdoen: gemakkelijkheidsoplossing. Best een leerrijk tochtje in de geschiedenis, een mooie puzzel ook. En waarschuwingen tegen totalitaire systemen zijn nooit weg. Maar is dit boekje, dit appeleren aan bovenmenselijke menselijkheid, ook geen blijk van onvermogen? Zou het kunnen dat Riemen woorden te kort komt om de huidige versplinterde werkelijkheid te vatten? Om het met de woorden van Riemen zelf te zeggen, pagina 59: "Juist om zijn ideeën trouw te blijven, moet een mens openstaan voor de verandering van vormen. Het restaureren van historische vormen die hun zeggingskracht hebben verloren, is altijd een vlucht in het obscurantisme." Zou het kunnen dat Riemen vasthoudt aan een jargon en een ideeënleer die aan zeggingskracht heeft ingeboet?

Maar de betweter weet dat hij het misschien zelf toch ook niet beter weet. Dat het maar in een socratische dialoog is dat mensen een stapje dichter bij hun idealen komen en hun eigen vooroordelen ontwarren. Ik koop dus geen steunkaart, maar Riemen mag altijd op de koffie komen.

Comments

Popular posts from this blog

Crisis of transitie?

vreemde, hoopvolle dagen