Glunderend

Mulisch. Veel heb ik er niet van gelezen, alleen De Aanslag. Maar ik heb hem op een literaire receptie wel eens mogen meemaken (die receptie was mijn beloning voor een hele dag vrijwillig sjouwen en douwen in de kelders van Bozar - zelfs literaire activiteiten en festivals zijn geworteld in daden, niet zozeer in woorden). Nooit iemand zo zien glunderen. En - zoals de mythe het voorschreef - in het gezelschap van vrouwelijk schoon. Had hij die vrouwen binnen handbereik omdat hij zo speels ogend, levenslustig en glunderend rondliep? Of liefhebberde hij in levenslust - twinkelende oogjes, grapjes makend - omdát hij die mooie vrouwen aan zijn zijde had? Wel, wel: in elk geval: deze schrijver bleef niet verstoken van de nodige aandacht. Dat hij ruste in vrede, of - naar keuze - een nieuw hoofdstuk moge beginnen.

Comments

Popular posts from this blog

Crisis of transitie?

vreemde, hoopvolle dagen