Welkom in de 19de eeuw

Ik bracht een weekje door op Kreta - ik kan maar hopen dat iets van dat geld ook de Griekse bevolking ten goede komt. Want hoewel je als toerist verstoken blijft van de alledaagse realiteit, laten de Griekse media weinig aan de verbeelding over. Op televisie zie je in loops de aanvallen van de neonazistische Gouden Dageraad, de jaren '30 zijn o zo dichtbij, op de marktstalletjes van niet-Grieken (of althans: zij die niet meteen de goede vergunningen kunnen voorleggen). Maar onthullender nog is de lezing van de Engelstalige krant Athens News: berichten over stakingen (waaronder de algemene staking van morgen - 26 september), het gekissebis over de te nemen maatregelen, de monstrueuze EU Trojka-verwachtingen (in een zogenaamde non-paper is sprake van een werkweek van zes dagen van 13 uur, nieuwe verlaging van het minimumloon met 22 tot 32%, en beperkingen allerhande op pensioenen en sociale rechten van werknemers).

Slavernij van de schuld

Maar het interessantste artikel in deze weekkrant is een interview met de Amerikaanse economist Michael Hudson, die zonet het boek 'The Bubble and Beyond: Fictitious Capital, Debt Deflation and Global Crisis' uitbracht. Ik heb van economie geen kaas gegeten, en sommige van de Engelse termen zou ik nu niet meteen kunnen omschrijven, maar naar mijn aanvoelen is zijn analyse van een zeldzame helderheid. Hier leest u het hele artikel, Zijn analyse komt erop neer dat het financieringswezen (banken, kredietverstrekkers enz.) een nieuwe vorm van economische slavernij heeft geïntroduceerd: de slavernij van de schuld.

Bij het begin van het bankensysteem in de 19de eeuw was het de bedoeling dat die banken geld zouden voorschieten aan fabrieken, producenten en de overheid (voor infrastructuur). Hij noemt dit: productief lenen. Maar, zo zegt hij, banken stelden zich niet op 1 lijn met de industrie en de productie, maar ze allieerden zich daarentegen met vastgoed, mineraalontginning, gas en olie en met een rits andere monopolies. Banken leenden geen geld meer met het oog op een percentage van de te verwachten winst van een productie, maar ze namen meteen een voorschot op een inkomen dat er nog niet is (via leningen voor vastgoed bijvoorbeeld). Zonder zich van de productie - meer jobs en dergelijke, échte economie - iets aan te trekken. Dit proces ontspoorde volgens Hudson vanaf de jaren '80. Banken gebruikten vanaf dan de aandelenmarkten als een vehikel om krediet te verlenen aan 'corporate raiders' die bedrijven kopen, opzadelen met schulden, en er alleen de meest winstgevende deeltjes van behouden. Tijdens dat perverse proces verliezen natuurlijk vele mensen hun baan, en zij die wel nog hun job behouden, moeten het voortaan zonder vakbond en met weinig sociale rechten doen. De financiering/het bankwezen werd aldus destructief en niet langer productief. (Ik parafraseer hier, als u het Engels machtig bent, leest u best het originele interview)

Banken passseren tweemaal langs kassa

Bijkomend: met het geld dat de banken op die perverse wijze verdienden, privatiseerden ze meteen ook de regeringen (belastingvrije intresten, schuldfinanciering, deregulatie banken - 'het merendeel van de wetgeving vandaag is corporate law die dient om financiële fraude mogelijk te maken'). Hudson spreekt in dit verband van de 'financialisation' van de hele economie: het geld gaat niet naar meer productie of consumptie, maar naar steeds meer schuldverlening. En de bankencrisis van 2008 was een geschenk uit de hemel: de regeringen (wij dus, de kleine man: huiseigenaars, werknemers, gepensioneerden) betalen de rekening voor de grootschalige fraude en immense winsten die de financiële wereld heeft opgestreken.

Landen zoals Griekenland die hun publieke schulden nu niet meteen kunnen ophoesten, maken de banken bovendien voor een tweede maal rijk via de privatisering van het publieke domein (banken en financiële instellingen kopen nu voor een prikje publiek land, vastgoed, olierechten enz.). Intussen ziet de kleine man ziet zich geconfronteerd met hogere belasingen, lagere lonen, en de bijl in zijn sociale zekerheid. In dit verband zegt Hudson: we keren terug naar de 19de eeuw: eenmaal kredietverleners controle krijgen over regeringen en vakbonden pushen ze besparingen, werkloosheid en veel lagere lonen. Aangezien werknemers schulden hebben bij de bank durven ze niet te reageren op die sociale afbraak. Want als ze na hun ontslag hun lening of elektriciteitsfactuur niet meer kunnen betalen, zijn ze binnen de kortste keren dakloos (en de bank casht). Dus, de enige winnaars van deze crisis? De banken: zij passeren tweemaal langs de kassa.

Misschien is dit voor jullie geen nieuws, maar voor mij was het de eerste maal dat ik dit mechanisme helder zag uitgelegd. Ik hoop alvast dat er een Nederlandstalige uitgeverij snel werk maakt van een vertaling!

Comments

Popular posts from this blog

Crisis of transitie?

vreemde, hoopvolle dagen