Texel

Het kan natuurlijk ook de kater geweest zijn, maar mijn herinneringen aan De Waddeneilanden leunen meer aan bij de ervaring van Bomans dan die van Wolkers (zoals beschreven in de mooie reeks van Hendrik-Jan de Wit).

Eindeloos trappen tegen de wind, uitkijken op onheilspellende duinen en lege vlaktes, een enkele meeuw die met haar sinistere silhouet elke gedachte aan het goede leven overschaduwt. De branding van de zee, de voelbare overmacht van het grote, dreigende en vijandige niets. Texel. Slapen deden we in de jeugdherberg. Links, rechts, boven, onder: gabbers die de dag eindigden en startten met tribaal voetgejakker, en daar ergens tussenin een bebaarde paterfiguur met een linkersandaal aan zijn rechtervoet en omgekeerd. Normaliteit, dat was iets van het vasteland. Hier heerste gekte, drukte, gedoe, alles wat die gierende eenzaamheid, die schurende weidsheid, die grijze genadeloosheid van dit van god verlaten eiland kon bekampen. Er spookte maar een gedachte door mijn hoofd: wegwezen. En nooit meer terugkomen.

Comments

Popular posts from this blog

Crisis of transitie?

vreemde, hoopvolle dagen