lawaai


Sinds kort beweeg ik me dagelijks in de openbaar vervoer-carrousel. Als huurling weliswaar, maar toch. Dat levert verhaalstof in de breedte & de diepte op - maar wat me het meeste opvalt: het volslagen onnatuurlijke lawaai van onze geïndustrialiseerde omgeving. Mijn reptielenbrein (of kattenbrein - om dichter bij huis te blijven) draait overuren. De wakkere zintuigen zetten nog maar 1 stap buiten de deur of ergens gaat al een alarmbelletje af: oeps, aanslag op de oren. Die alertheid ruimt al snel plaats voor uitschakelen, negeren. Aanpassen heet dat, terwijl het lawaai er natuurlijk nog altijd is en onvermijdelijk ook onze ervaringen, interpretaties en humeuren beïnvloedt. Om maar te zeggen: de enige auto waar ik vandaag naar omkeek was een elektrische. Geen voos geluid, helemaal conform het natuurlijke en innerlijke ritme. Vreemd dus hoe een op dag in een niet zo ver verleden de uitzondering - onnatuurlijk lawaai - de regel werd. Niet zo vreemd voor autochauffeurs zelf natuurlijk: die sluiten gewoon de raampjes en luisteren naar rustgevende muziek.

Comments

Popular posts from this blog

Crisis of transitie?

vreemde, hoopvolle dagen