hartstochtelijk pleidooi voor cynisme

Cynisme heeft afgedaan als ik de mediavox mag geloven. Het moet weer allemaal oprecht, constructief, oplossingsgericht, ingetogen. Ook in teksten. Er moet voorwaar maatschappelijke en andere winst te rapen zijn in deze wonderlijke gleuf tussen boetedoening en profetie, alwaar een zelfbevlekte haarspriet al snel de allure krijgt van een stormram - opgepast, het helmboswuivende legioen positivo's komt eraan - met oprechtheid, goede wil en rechtschapenheid in de knapzak. Mei 1968 revisited, maar dan met kleren aan. De nieuwe tekstridders zijn klaar om met hun doornloze lipjes de schone slaapster die onze maatschappij eigenlijk toch is wakker te kussen.

Wel, wel. Ik kan niet wachten om 'verontwaardiging' af te voeren, de wassende hyperbolen van  'beschamend, schande en schaamtevol'. Maar cynisme? Cynisme moet blijven. Niet als levenshouding, wel als stijlfiguur - respectievelijk een woekerende ziekte en een bevrijdende blik. Want tekstueel cynisme kan als geen ander de mechanismen ontbloten van de monumenten die we maatschappij noemen. Pist er het flinterdunne laagje vernis vanaf, wijst op interne en externe tegenspraak, blaast het stof van onze eigen spiegel. Cynisme kan wel degelijk efficiënt zijn. Omdat het ons confronteert met de eigen gespletenheid, omdat we maar troost kunnen vinden in het onder ogen zien van de realiteit.

Dat cynisme nu op het banbankje belandt is eigenlijk niet zo erg. Want dan weet de trendwatcher: nog even en het cynisme komt weer keihard terug. Om de echte cynici, zij die pleiten voor hun status quo, hun laatste sprankeltje hoop te ontnemen en met de neus op de feiten te drukken. De underground is altijd een vruchtbare bodem geweest.

Comments

Popular posts from this blog

Crisis of transitie?

vreemde, hoopvolle dagen