de zin van literatuur

Waarom is het juist nu zo belangrijk om na te denken over de noodzakelijkheid van literatuur en de noden van de schrijver, en wat voor soort vraag kun je aan auteurs stellen om de samenhang tussen deze twee te onderzoeken?
Wat een heerlijk ontregelende prijsvraag doet het Brusselse (Europese) literatuurhuis Passa Porta ons aan de hand. Want de toevoeging 'juist nu' impliceert natuurlijk een noodzaak. Maar welke dan? 'Juist nu', 'nu meer dan ooit', het zijn gekende frasen om een stelling, oproep of gedachte te kruiden met een gevoel van urgentie en noodzaak. Niet gisteren, niet morgen, nu. Want 'nu' gebeurt het. Wat er gebeurt? Meestal duidt de 'nu' op een verandering die ons ten deel valt: maatschappelijk, geopolitiek, persoonlijk, natuurkundig, ... 'Juist nu' impliceert dan dat we die verandering een bepaalde richting kunnen uitsturen, een halt toeroepen soms, want niet zelden staan we op het punt iets te 'verliezen'. 'Juist nu' impliceert dus controle over morgen, een bezweren van de (per definitie onzekere) toekomst. Maar 'juist nu' lijkt er me minder nood aan 'juist nu'. Want de hele 'juist nu'-trend is de perfecte illustratie van de gevoelens van angst en onzekerheid die aan de ribben van de moderne mens lijken te kleven. Oorlog, klimaatverandering, armoede, terrorisme ... dagelijks worden we gevoed met angsten. Dreigingen alom. Mensenrechten, privacy, martelingen, censuur, ... alles balanceert constant op het randje van de afgrond. Dat alles vloeit en onzekerheid de natuurlijke staat der dingen is? Hoe sneller onze omgeving verandert, hoe minder we met die waarheid overweg lijken te kunnen.  
En zo komen we tot de zin van literatuur. Literatuur is geen noodzaak, maar kan wel zinvol zijn. Omdat literatuur een zaak van overlevering is: het is niet meer dan het delen van gedachten. Met de mensen van nu, maar ook met de mensen van morgen. Literatuur heeft geen nood heeft aan predikers, wel aan getuigen. Literatuur is geen activisme. Literatuur kan ontbloten, openbaren. Maar doet dat in de eerlijke beschouwing van de werkelijkheid (welk een onrecht doe ik hier de menselijke fantasie aan!) of hoe die door de auteur ervaren wordt. Literatuur is de kunst om grote woorden achterwege te laten. En eventuele lezers inzichten te schenken door de eigen visie op leven, medemens en wereld te delen. Bescheiden mededeelzaam te zijn. Die bescheidenheid kan ook grootse allures aannemen - elke auteur is anders gebekt - maar wint zeker niet aan kracht door een misplaatst gevoel van 'noodzaak'. Er is de innerlijke nood van de schrijver om te schrijven. Het verlangen zijn greep op zijn (gevoels)wereld te versterken. Maar noodzaak? Een veel interessanter uitgangspunt om schrijver en literatuur te benaderen lijkt me: 'onzekerheid'. Niet de onzekerheid die ons vandaag overspoelt en geworteld is in de angst om dingen (vrijheid, materiële zaken, ...) te verliezen. Wel de onzekerheid die een schrijver ertoe aanzet om te schrijven. Schrijven als schuchtere poging om de innerlijke vibraties enigszins welluidend om te zetten in een soort van muziek, die met een beetje geluk ook resoneert in het hart van de lezer - over grenzen van tijd en ruimte heen. Of die lezer een nood is van de schrijver? Waarschijnlijk niet. Schrijven is vaak een als dialoog vermomde monoloog. En dat is helemaal niet erg.

Comments

Popular posts from this blog

Crisis of transitie?

vreemde, hoopvolle dagen