liefde (voor taal)

Vandaag heb ik met een mailtje, een vriendelijk "have a nice life", eindelijk deze datingsite-episode in mijn leven kunnen afsluiten. Vooraleer je zegt: wacht maar tot de volgende eenzame kerst! zeg ik: wacht maar tot het volgende feestje! Want gisteren belandde een uitnodiging in de bus waarop je dan ook een naam ziet figureren met wie er mogelijks een date ware geweest. Ware het niet dat zij ter elfder ure (nog net meer dan 24 uur ervoor) afzegde (begrafenis? ongeluk? neen, een verrassingsfeestje) en ik niet meer inging op alternatieve voorgestelde data (wat is dit, een afspraak bij de tandarts of zo?). Want tegen dan had ik het wel al een beetje gehad met dat datinggedoe. De eerste weken kon ik mijn geluk niet op: het was vooral de kracht van geschreven communicatie die daarbij mijn aandacht had: wat kan je afleiden uit korte zinnetjes zonder intro of geplogenheden (veel: dat er weinig te ontdekken valt), lange en vurige onthullingen (veel: dat passionele uitbundigheid ook gepaard gaat met bruusk stilzwijgen) en boeiende, grappige en interessante dialogen (dat er daar soms ook wel een psychiatrisch geval tussenzit)?

Nadat er wat sleet kwam op dat geschreven woord vielen me - er is een god - ook enkele dates te beurt. Je weet wel, echt contact, zoals je dat in het dagelijkse leven ook wel eens overvalt zonder dat je er echt bij stilstaat, maar iets dat hier in de 'gezocht: liefde'-context veel wegheeft van de hoofdprijs in de tombola (de mixer die uw emoties een flinke draai geeft). Daar kwam niet bijster veel van eigenlijk. De ene werd ziek, de andere wilde al meteen bij me intrekken, en een derde was een toffe meid zonder meer. Dat chemische reacties, zoals ik me herinner uit de humanioralessen, vaak gebaat zijn bij een luchtledige omgeving (we spreken hier tenslotte over de geïsoleerde Zoektocht naar Liefde)? Niet veel van gemerkt dus. Maar wat me wel opviel: dat je nooit met twee maar altijd minstens met drie aan dat tafeltje zat. Of het nu de ex-vriend, de geïdealiseerde toekomstige boyfriend, of die andere potentiële kandidaat was (je kan multitasken of niet) ... er was altijd wel iemand in de buurt. Want hoe zoekend of onbeholpen vrouwen zich ook mogen opstellen: ze hebben wel degelijk een haarfijn beeld van hun ideale man voor ogen. Die moet kunnen voldoen aan de huidige condities (interesses, noden), zo een beetje van ver ook passen binnen de contouren van vroegere liefdes, en vooral: een kneedbaarheid vertonen die hoopvol is voor de toekomst.

Wel, ik vind het allemaal best, maar toen ik vandaag dus via dat allerlaatste spoor dat me aan deze dating-episode herinnerde moest vernemen dat ook zij "iemand ontmoet had" (tweede maal dat die frase me op het hoofd viel) kreeg ik het even moeilijk. Niet omdat die vrouw haar liefde vindt, een mens moet toch iets doen met zijn leven. Maar wel dat ik dacht: wat is dat toch met taal? "Iemand ontmoeten" als eufemisme van: "go fuck yourself". Dat de taal tegelijk zo hard en zacht kan zijn. Het lijkt wel liefde, dacht ik. En terwijl ik de deuren van mijn hart langzaam sloot, leek er ook een andere deur open te gaan. Die van de liefde voor taal. Ik proefde mijn geluk. De taal, en hoe ze ons in de luren legt ... Daar kan ik wel iets mee. Hoog tijd om samen werk te maken van een kneedbare toekomst.

Comments

Kim said…
mooi!
Oooh, bedankt Kim! :-)

Popular posts from this blog

Crisis of transitie?

vreemde, hoopvolle dagen